Wat is insecticideresistentie?
Bestrijdingsmiddelen op basis van insecticiden doden de luis doordat het zenuwstelsel van de luis wordt aangetast. Als deze middelen veel gebruikt worden (en dat is zo) zijn luizen er op gegeven moment niet meer vatbaar voor. We noemen dit resistentie. In ons omringende landen is resistentie van hoofdluizen tegen bepaalde insecticiden aangetoond. In Nederland zijn geen data beschikbaar over het resistentiepercentage van hoofdluis.
Probleemstelling van het onderzoek
Op dit moment komt hoofdluis in Nederland veel voor. We gaan ervan uit dat jaarlijks momenteel ongeveer 15% van de kinderen tussen 4 en 12 jaar hoofdluis krijgen (bron: Landelijk Luizenonderzoek 2009, Landelijk Steunpunt Hoofdluis). Een van de mogelijke oorzaken is de ontwikkeling van insecticideresistentie. Om goed (evidence-based) advies in de Richtlijn Hoofdluis te geven, is kennis van de mate van resistentie nodig. Het gaat hierbij in eerste instantie om de actieve ingrediënten malathion en permethrine. Beide middelen worden verwerkt in veel gebruikte hoofdluisbestrijdingsmiddelen.
Onderzoeksmethode van het onderzoek
Resistentie kan worden aangetoond door moleculair onderzoek van dode luizen. Kennis van de moleculaire methodes voor detectie van resistentie wordt binnen het RIVM opgebouwd. Er zijn dus geen mensen voor het onderzoek nodig.
Aanpak van het onderzoek
Het RIVM werkt met het Landelijk Steunpunt Hoofdluis (www.hoofdluis.org) samen om de voor het onderzoek benodigde hoofdluizen te verzamelen. In 2010 werkt het RIVM aan het opzetten van het onderzoek. De moleculaire methode voor detectie van resistentie is een nieuwe techniek die nog moet worden opgezet. Voor dit deel van het onderzoek zijn ongeveer 100 luizen nodig. Indien de opzet slaagt zal in 2011 een grootschalig onderzoek plaatsvinden. Hier zijn meer luizen voor nodig. Resultaten van het onderzoek verwachten we eind 2011. Resultaten zijn volledig anoniem en kunnen niet naar school of persoon teruggeleid worden. In 2012 wordt de richtlijn wellicht aangepast op basis van de onderzoeksresultaten.
Landelijke (anti) Luizendag: 3 maart
3 maart 2010 is de ‘Landelijke (anti) Luizendag’. Het doel is om heel Nederland in één keer hoofdluisvrij te maken.
Voor de Landelijke (anti) Luizendag worden ouders gevraagd om hun kinderen thuis uit te kammen. Dit is gelijk een ludieke manier om het belang van regelmatig kammen ter preventie van besmettingen te promoten. Elk jaar worden 250.000 kinderen op de basisschool bezocht door de parasiet, ondanks een toename van het aantal controles. We doen samen met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) onderzoek naar de resistentie van hoofdluis tegen insecticiden. Het RIVM onderzoekt de luizen en neten die rondom de Landelijke (anti) Luizendag bij kinderen worden gevonden.
Basisscholen die zich hebben opgegeven voor de Landelijke (anti) luizendag, ontvangen informatie en kammen om mee te geven aan alle ouders. Ouders wordt gevraagd om op twee maart de haren van hun kinderen te kammen, om te zien of er hoofdluis of neten in zitten. Op de Landelijke (anti) Luizendag worden de kinderen gecontroleerd op school. Als iedereen meewerkt, is er op drie maart geen luis te vinden.