Gelukkig ben je nooit te oud om te leren. Volgens het BMC-rapport beperkt een ‘smal’ basistakenpakket zich tot het uniforme deel van het wettelijke vastgestelde basistakenpakket. Alle werkzaamheden die niet in het uniforme basistakenpakket vermeld worden, vallen erbuiten. Alle maatwerk dus. Idee is dat deze activiteiten niet door de jeugdgezondheidszorg uitgevoerd hoeven te worden, maar door andere zorgaanbieders gedaan kunnen worden.
Samenhangend met het ‘smalle’ basistakenpakket is het concept van ‘scheiden van het signaleren van problemen en het leveren van zorg’. De idee hierachter is dat de jeugdgezondheidszorg er is om problemen op te sporen, maar niet om deze op te lossen. De jeugdgezondheidszorg monitort, signaleert en verwijst door.
Basistakenpakket
Ik heb het basistakenpakket nog eens ter hand genomen en weer eens goed gelezen. Wat zou er overblijven van de jeugdgezondheidszorg als een gemeente de jeugdgezondheidszorg daadwerkelijk op deze manier zou uitkleden? Hoe zou de zorg voor de jeugd er uitzien als de jeugdgezondheidszorg getransformeerd wordt tot ‘vroegopsporingsdienst’?
Het uniforme deel van het basistakenpakket bestaat kort door de bocht uit monitoring, inschatten zorgbehoefte, screening en vaccinaties, de wettelijke verplichte voorlichting (privacy en WGBO) en dossiervorming. De rest is allemaal maatwerk en bestaat o.a. uit zorg op maat, voorlichting, advies, instructie en begeleiding, beïnvloeding gezondheidsbedreigingen, zorgcoördinatie en netwerken. Veel maatwerk vindt plaats tijdens de contactmomenten, een deel daarbuiten. Al deze taken zouden volgens het concept van het ‘smalle basistakenpakket’ verdwijnen uit de jeugdgezondheidszorg
Voor gemeenten heeft een ‘smal Basistakenpakket’ op het eerste gezicht absoluut voordelen. De jeugdgezondheidszorg wordt goedkoper en je hebt als gemeente meer zeggenschap; je houdt een leuke zak met geld over die je naar eigen inzichten kunt besteden zeg maar. Maar welk effect heeft dit concept op de jeugdgezondheidszorg en wat zijn de gevolgen voor ouders en kinderen?
Stel je bent een jongen van 12 die wat te dik is. Je bezoekt de jeugdgezondheidszorg. Daar wordt je verteld dat je te dik bent en dat je hier iets aan moet gaan doen. Zonder verdere begeleiding word je doorverwezen naar de huisarts of diëtist. Zou je gaan? Of je komt uit een zeer problematisch gezin, je hebt je problemen aangegeven op de vragenlijst en de jeugdverpleegkundige adviseert je tijdens een kort gesprek of misschien zelfs schriftelijk om hulp te gaan zoeken bij het maatschappelijk werk of bureau jeugdzorg. Efficiënt? Of je bent een moeder met een zuigeling met wat kleine voedingsproblemen of een huilbaby. De jeugdarts verwijst je na een kort onderzoek meteen door naar de lactatiekundige, diëtist of kinderarts. Geen begeleiding, geen voorlichting of advisering. Goedkoop? Of nog een stapje verder: je signaleert bij ouders een kennistekort ten aanzien van vitamine D en wiegendood. Je verwijst naar de sites van het voedingscentrum en Consument en Veiligheid, of naar de huisarts en de diëtist voor het broodnodige advies. Effectief?
Toets 1 voor borstvoeding, toets 2 voor kindermishandeling
De jeugdgezondheidszorg wordt ongetwijfeld goedkoper voor de gemeenten als we ons gaan beperken tot het ‘smalle’ basistakenpakket. We hebben dan waarschijnlijk ook geen artsen of verpleegkundigen meer nodig. Een goede vragenlijst, een weegschaal en een digitaal of telefonisch stroomschema zijn voldoende. ‘Heeft u vragen over wiegendood? Toets 1. Borstvoeding? Toets 2. Kindermishandeling? Toets 3. En op zijn tijd een vaccinatie natuurlijk, maar dat kan de huisarts ook wel doen.
Waarom functioneerde de jeugdgezondheidszorg in Nederland ooit ook al weer zo goed? Was dat niet het hoge draagvlak en bereik onder ouders en kinderen? De laagdrempeligheid en de bereikbaarheid van artsen en verpleegkundigen met kennis van zaken? Waar je net als je buren met heel eenvoudige, maar ook met complexe vragen terecht kan? Waar ze aandacht geven aan alle aspecten van je kind en gezin? Op medisch-, verpleegkundig- én psychosociaal gebied? Waar ze je kind en gezin volgen en goed nakijken, waar ze voorlichten en adviseren op maat, problemen proberen vóór te zijn en waar ze je begeleiden en gericht doorverwijzen als dat nodig is?
De mix is het succes
Heren en dames adviseurs van van Naem, BMC en de VNG….het is de mix van dit alles dat het succes van de jeugdgezondheidszorg verklaart en die ons waardevol maakt voor jongeren en ouders. De jeugdgezondheidszorg is een breed vak. Een ‘smal basistakenpakket’ tast de kern ervan aan. Niemand zit te wachten op de jeugdgezondheidszorg als doorverwijsfabriek. De kosten voor de gemeente op korte termijn zijn ongetwijfeld laag, maar de maatschappelijke kosten zijn hoog. Ze komen terecht bij ouders en kinderen, zorgverzekeraars, AWBZ en provincies. En ongetwijfeld ook op de één of andere manier weer bij de gemeenten. Maar dan zijn we weer jaren verder en zijn er al weer een heleboel verkiezingen geweest. En dan weet niemand meer hoe het ooit zover heeft kunnen komen.
Dames en heren, de kracht van de jeugdgezondheidszorg zit hem in de breedte. Hoedt u dus voor het ‘smalle basistakenpakket’!