|
|
JGZ Diensten
|
| |
Aanwinstenlijst
|
Benieuwd naar de nieuwste documenten in DigiBib.JGZ? Geef u dan op per e-mail en ontvang elke maand een lijst met nieuwste titels.
|
| |
Toelichting en hulp
|
Ondervindt u problemen, neem dan contact op via 0182-302480 of per e-mail.
Gebruik nadat u ingelogd bent het zoekscherm of ga door de collectie via de categorieën.
o Bij een lijst van gevonden items, klikt u op (het PDF icoon) om te downloaden/openen.
o Als u op de titel klikt ziet u meer informatie over het bestand en een samenvatting.
|
| |
Aanbieding
|
Maak vrijblijvend kennis met DigiBib.JGZ, de digitale bibliotheek Jeugdgezondheidszorg. Een schat van informatie. Gebruik het een paar dagen, met een proefaccount. Mail ons uw voor- en achternaam en de datum waarop u wilt kennismaken met DigiBib.JGZ.
|
|
|
Start » DigiBib.JGZ
|
| |
Inloggen DigiBib.JGZ
|
DigiBib.JGZ is alleen toegankelijk voor geregistreerde abonnees. Als u al geregistreerd abonnee bent, log dan in via "INLOGGEN", (ook rechtsboven in het scherm). Wilt u hulp of informatie over een abonnement, neem dan contact op met Captise. Ook voor een gratis "proefrit". U ziet hieronder een selectie van 10 documenten die in de afgelopen tijd zijn opgenomen in de collectie. Neem een abonnement voor toegang tot alle ca 4000 documenten.
|
| |
Tien van de ca 150 recente documenten in DigiBib.JGZ (meteen downloaden)
|
|
Kinderrechtenmonitor 2012
Voor u ligt de eerste Nederlandse kinderrechtenmonitor die onder mijn verantwoordelijkheid wordt uitgegeven. Als Kinderombudsman vind ik het belangrijk om jaarlijks een zo compleet mogelijk, objectief beeld te schetsen van de naleving in Nederland van kinderrechten conform het Internationale Verdrag van de Rechten van het Kind.
In deze monitor komen de vele onderzoeken naar en beschikbare cijfers over zaken die met kinderrechten te maken hebben bij elkaar. De Universiteit Leiden en het Sociaal en Cultureel Planbureau hebben op mijn verzoek veel werk verzet om deze monitor te ontwikkelen. Op basis van deze eerste nulmeting hebben wij een aantal aanbevelingen geformuleerd die de positie van kinderen kunnen verbeteren.
Voorts zal deze monitor de komende jaren jaarlijks herijkt en verrijkt gaan worden met de meest actuele cijfers.
|
DigiBib.JGZ
|
16-5-2012
|
|
Goed voorbereid naar school : Samen aan de slag met taalachterstand
Inleiding
De meeste kinderen gaan naar de basisschool als ze vier jaar worden. Vaak kijken ze er al weken naar uit en vol vertrouwen starten ze in groep 1 om daar spelenderwijs onder meer voorbereid te worden om
te leren lezen, schrijven en rekenen. In de periode daarvoor zijn de kinderen al door het consultatiebureau gevolgd en zijn ze vaak al naar de kinderopvang en/of een peuterspeelzaal geweest.
Een kind ontwikkelt zich op verschillende gebieden zoals spraak, grove en fijne motoriek, sociale vaardigheden en leervermogen. Soms verlopen deze ontwikkelingen langzamer dan mag worden verwacht en ontstaat achterstand. Zo begint ruim een kwart van de kinderen
met een taalachterstand aan de schoolloopbaan.
Op latere leeftijd kan taalachterstand doorwerken in een verhoogd risico op voortijdige schooluitval, werkloosheid en maatschappelijke marginaliteit. Vroegtijdig signaleren en het gezamenlijk aanpakken
van taalachterstand is belangrijk voor de verdere ontwikkeling van het kind. Een eenmaal opgelopen achterstand wordt nauwelijks of alleen met zeer veel moeite weer ingehaald.
Rijk en gemeenten zetten dan ook extra in op taal om hiermee de kansen van kinderen en jongeren te verbeteren. Naast het geld dat bestemd is voor het bestrijden van onderwijsachterstanden ontvangt
de gemeente middelen om voorschoolse educatie van goede kwaliteit te realiseren. Op 12 maart 2012 hebben de Minister van Onderwijs en de wethouders van de 37 grootste gemeenten afspraken gemaakt
om taalachterstand bij jonge kinderen in een vroeg stadium aan te pakken. Het doel is om kinderen zo veel mogelijk zonder taalachterstand naar de basisschool te laten gaan.
In de afgelopen periode heeft Integraal Toezicht Jeugdzaken (ITJ) in vier gemeenten onderzoek gedaan naar ‘Goed voorbereid naar school, samen aan de slag met taalachterstand’. Het gaat om de gemeenten
Halderberge, Roosendaal, Tilburg en Zaanstad. Met dit themabericht willen we u op de hoogte brengen van de rode draad in de uitkomsten van dit onderzoek. Ook komen een wethouder en een aantal professionals aan het woord.
|
DigiBib.JGZ
|
16-5-2012
|
|
Terugblik Rijksvaccinatieprogramma 2011
Wat gebeurde er in het RVP in 2011?
In 2011 zijn in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) twee veranderingen
doorgevoerd, waardoor de bevolking beter tegen infectieziekten wordt
beschermd. In de eerste plaats worden sindsdien alle kinderen tegen hepatitis B gevaccineerd; voorheen waren dat alleen bepaalde risicogroepen. Daarnaast wordt een nieuw vaccin tegen pneumokokkenziekte gebruikt dat tegen tien typen van de pneumokokbacterie beschermt in plaats van zeven.
Wederom hoge vaccinatiegraad
De vaccinatiegraad zoals die in 2011 is gerapporteerd, was net als voorgaande jaren hoog. Voor zuigelingen lag de deelname aan de DKTP-vaccinatie op 95,4 procent, aan de Hib-vaccinatie op 96,0 procent en aan de pneumokokkenvaccinatie op 94,8 procent. Van de peuters kreeg 95,9 procent de BMR-vaccinatie en eveneens 95,9 procent de meningokokken C-vaccinatie. Wel daalde de vaccinatiegraad bij schoolkinderen voor DTP en BMR iets ten opzichte
van het vorige rapportagejaar (respectievelijk van 93,4 naar 92,2 procent, en van 93,1 naar 92,1 procent).
Continue surveillance en onderzoek voor optimaal RVP
Voortdurende surveillance en onderzoek naar de veiligheid en effectiviteit van het vaccinatieprogramma is onlosmakelijk verbonden met het RVP. Doet het RVP wat we verwachten, werkt het optimaal? Met de continue surveillance worden onder andere de bofepidemie die sinds september 2009 heerst, en kinkhoest nauwlettend gevolgd. Voor kinkhoest zijn de laatste jaren veel maatregelen genomen om baby's die nog te jong zijn voor een vaccinatie indirect te beschermen. Ook is het effect van pneumokokkenvaccinatie vanaf de invoering in 2006 gemonitord. Het aantal kinderen jonger dan twee jaar dat een
pneumokokkenziekte kreeg van een type bacterie waartegen wordt
gevaccineerd, is sindsdien sterk afgenomen (87 procent). Aangezien het nieuwe vaccin tegen meer typen pneumokokken beschermt, zal deze ziekte nog verder worden teruggedrongen. Bij de veiligheidsbewaking registreerde Lareb in 2011 een vergelijkbaar aantal bijwerkingen als in 2010 het RIVM, dat daarvoor toen nog verantwoordelijk was. Er zijn geen signalen voor bijzondere, nieuwe of
verontrustende bijwerkingen gevonden.
Verder belicht het rapport enkele organisatorische ontwikkelingen en resultaten van RIVM-onderzoek op het terrein van het RVP.
|
DigiBib.JGZ
|
16-5-2012
|
|
The National Immunisation Programme in the Netherlands : Developments in 2011
Dit rapport geeft een overzicht van de mate waarin ziekteverwekkers uit het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) in 2010 en 2011 voorkwamen. Daarnaast geeft het een overzicht van veranderingen in deze verwekkers, de gebruikte vaccins en bijwerkingen na vaccinatie. Hetzelfde geldt voor ontwikkelingen over nieuwe vaccins, die in de toekomst eventueel in het RVP worden opgenomen. De
vaccinatiegraad is al vele jaren hoog, waardoor weinig mensen ziekten krijgen waartegen via het RVP wordt gevaccineerd (namelijk difterie, tetanus, polio, Haemophilus inflluenzae type b ziekte, rubella en meningokokken serogroep C).
Ook in het onderzochte jaar blijkt het RVP effectief en veilig. Continue
monitoring is nodig om het programma te optimaliseren.
|
DigiBib.JGZ
|
14-5-2012
|
|
Vaccinatiegraad Rijksvaccintieprogramma Nederland, verslagjaar 2012
Net als in voorgaande jaren is in verslagjaar 2012 de gemiddelde deelname aan alle vaccinaties uit het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) met 92 tot 99 procent hoog. Uitzondering hierop vormt de deelname aan de HPV-vaccinatie tegen baarmoederhalskanker (56 procent). De ondergrens van 95 procent voor de BMR-vaccinatie wordt voor schoolkinderen (de tweede BMR-vaccinatie voor 9-jarigen) nog niet gehaald (93 procent). Zuigelingen halen deze ondergrens wel.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft deze ondergrens bepaald om mazelen wereldwijd te kunnen uitroeien.
Dit blijkt uit gegevens van het RIVM over de vaccinatiegraad in Nederland in verslagjaar 2012. Het betreft gegevens over zuigelingen die zijn geboren in 2009, kleuters geboren in 2006, schoolkinderen geboren in 2001 en adolescente meisjes geboren in 1997.
|
DigiBib.JGZ
|
10-5-2012
|
|
Jongeren lijden aan Social Media Stress (SMS) : Jongeren in de greep van de Sociale Media
Uit het meest recente onderzoek van de Nationale Academie voor Media & Maatschappij blijkt dat jongeren tussen 13 en 18 jaar lijden aan een serieuze vorm van Social Media Stress (SMS). De Sociale Media blijken met hun subtiele stimuli zoals geluiden, pushberichten, aandacht en beloningen jongeren in hun greep te houden. Jongeren geven aan niet meer zelfstandig te kunnen stoppen, omdat zij bang zijn buitengesloten te raken. Wanneer deze angst ernstige vormen aanneemt kan men spreken van FOMO – Fear of Missing Out. De Nationale Academie voor Media & Maatschappij pleit voor een nieuw
bewustzijn en betere begeleiding van jongeren.
|
DigiBib.JGZ
|
8-5-2012
|
|
Scenario's voor de ontwikkeling JGZ-CJG
De jeugdgezondheidszorg (JGZ) wil zich toekomstgericht en duurzaam positioneren. Hoe verhoudt de JGZ zich bijvoorbeeld tot de ontwikkeling van de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG’s)? Deze notitie geeft aan hoe de verhouding JGZ-CJG op verschillende manieren vorm kan krijgen. Eerst kijken we naar de kern van de CJG-ontwikkeling.
Daarna komen de verschillende ontwikkelingslijnen van het CJG aan bod, onder meer geplaatst in het licht van de toekomstige transitie van de jeugdzorg. Het doel van de notitie is het ondersteunen van JGZ-organisaties en gemeenten in discussies over de rol en positie van de JGZ in een CJG.
Dit alles vormt de opmaat naar vier denkbare scenario’s. Een scenario is ‘a story about what happened in the future’1. De scenario’s zijn bewust niet uitgebreid geschetst als ‘ideaalplaatjes’ voor de lange termijn, maar kort en krachtig geformuleerd voor de nabije toekomst.
Deze notitie, geschreven in opdracht van het NCJ, schetst dus de mogelijke positie van een JGZ-organisatie binnen een CJG. Het is echter niet alleen aan de JGZ-organisatie zelf om haar positie te bepalen. We hebben te maken met een krachtenveld van verschillende
belangen en uitgangspunten van meerdere partijen. De gemeente maakt inhoudelijke keuzes ten aanzien van de inrichting van de CJG’s en is opdrachtgever van de JGZ. Ook zijn er meerdere aanbieders die een positie aan het verwerven zijn in het CJG. Daarom geeft de notitie ook aan hoe een JGZ-organisatie zich kan verhouden tot andere aanbieders. Daarnaast worden de overwegingen geschetst die een rol kunnen spelen bij het besluit van een gemeente over de lokale inzet van de JGZ.
|
DigiBib.JGZ
|
7-5-2012
|
|
Factsheet Health Behaviour in Schoolaged Children (HBSC) studie : Internationaal rapport van het 2009/10 onderzoek
De Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) studie is een groot
internationaal onderzoek naar de gezondheid en het welzijn van kinderen in Europa en Noord Amerika. In 2009/10 is het onderzoek uitgevoerd in 39 landen, en in totaal namen er meer dan 200,000 kinderen aan deel.
De HBSC studie vindt elke vier jaar plaats in samenwerking met de
Wereldgezondheidsorganisatie. De studie verzamelt data onder 11-, 13- en 15-jarige scholieren over hun gezondheid, welzijn en hun sociale omgeving. Het internationale rapport, wat op 2 mei gepubliceerd wordt door de WHO Regional Office for Europe, presenteert het meest grootschalige beeld van de gezondheid en het welzijn van jonge
mensen in de wereld. Onderstaande tekst vat de resultaten van het onderzoek samen met betrekking tot de Nederlandse jeugd.
|
DigiBib.JGZ
|
3-5-2012
|
|
Checklist meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling : Checklist voor managers bij de implementatie van de meldcode
Deze checklist ondersteunt u als manager bij de invoering van de meldcode binnen uw eigen organisatie. Aan de hand van de activiteiten die beschreven zijn, kunt u de meldcode voor uw eigen organisatie op maat opstellen en invoeren en het gebruik en de kennis erover bevorderen. Voor een verdere gedetailleerde uitwerking van de activiteiten verwijzen wij u naar de e-learning module voor managers van The Next Page (zie www.meldcode.nl).
|
DigiBib.JGZ
|
3-5-2012
|
|
De mondzorg van morgen
Een gezond gebit in een gezonde mond is van groot belang voor het dagelijks functioneren en het welbevinden van mensen. In de eerstelijns mondzorg hebben de afgelopen jaren veel veranderingen plaatsgevonden, onder meer in de financiering, de praktijkorganisatie en het zorgaanbod. De maatschappij verwacht in toenemende mate dat zorgverleners verantwoording afleggen over de kwaliteit van de zorg. Ook tandartsen krijgen daarmee te maken. Er zijn signalen dat de
kwaliteit van zorg niet altijd transparant is en dat er tussen tandartsen behandelvariatie bestaat. Reden voor de Gezondheidsraad om de wetenschappelijke onderbouwing van de mondzorg onder de loep te nemen. In hoeverre kan deze worden versterkt en leidt dat tot betere zorg? Een speciale commissie heeft zich hierover gebogen. De activiteiten van deze commissie zijn actueel gezien het experiment met de vrije tarieven in de mondzorg.
|
DigiBib.JGZ
|
1-5-2012
|
|
|
|